Gisteren was het Earth Day. De vijftigste keer. Earth Day gaat over ons ‘leven in harmonie met de natuur’. En er viel iets te vieren. De lucht is schoner dan we ons kunnen herinneren. Mensen met astma hebben hierdoor minder klachten. De vogels kunnen we beter horen, bij uitblijven van het verkeer geraas. Dankzij de lockdown.

Tijdens Earth Day kwam ‘het recht op een schone en gezonde leefomgeving’ aan de orde. Maar waar haal je dat recht als degenen voor wie dat recht geldt, wij mensen, ook de veroorzakers zijn van een niet-schone en niet-gezonde leefomgeving?

Verstedelijking, globalisering, bevolkingsgroei en veroudering zijn op zich al grote uitdagingen. We zijn allemaal een klein radertje in dat grote geheel. Leven in een schone wereld in harmonie met de natuur is zo complex dat we het nauwelijks kunnen overzien. Er bestaat geen holistische kijk op wat we moeten doen.

Paolo Giordano schrijft in zijn net verschenen ‘In tijden van besmetting’ over de corona crisis: ‘Ik ben bang dat als de angst straks weg is, alles bij het oude zal blijven’.

Hoe mooi zou het zijn als het ons lukt, bij de geleidelijke opstart van ons ‘normale’ bestaan, meer in harmonie met de natuur te gaan leven en dat zijn angst ongegrond blijkt.