Carlo Lanza, een Italiaan in Fryslân, laat onder eigen label prachtige sokken maken in Italië, importeert ze, verkoopt vervolgens drie paar aan een Fries -woonachtig in Italië-, waarna de sokken weer teruggaan naar land van herkomst.

Voor gebruik leggen deze sokken in dit geval zo’n 3725 kilometer af. Maar dat is een detail. Wat mij boeit, naast het feit dat de sokken prima passen, is hoe we internationaal werken, handelen én verbonden zijn.

Nederland is al eeuwen goed in internationaal werken en handelen. Aan het verbonden zijn zit nu helaas een luchtje, omdat Italië in de corona-crisis nou niet echt op sympathie uit Nederland kon rekenen. Italianen weten heel goed waar hun problemen zitten. Echter, de trieste beelden die we allemaal hebben kunnen zien, vroegen op dat moment om enig medeleven. Dat bleef helaas uit.

Zoals service niet altijd gratis is, zit aan sympathie niet meteen een prijskaartje.

Wij ondervinden in Italië regelmatig aan den lijve dat warme contacten belangrijker zijn dan koude berekeningen. Zo leven de Italianen. Niet altijd in hun economisch voordeel, maar wel waardevol intermenselijk. Is dat niet waar het leven mee begint?

Zou dat niet ook een mooie import kunnen zijn?